maandag 25 maart 2013

Blest from de Pest

De afgelopen weken stonden in het teken van het verleden. Meer nog dan anders, want laat ik maar meteen toegeven dat ik geneigd ben mij schurend aan wat is geweest, door het leven sla. Nostalgie is als koriander, het is al snel te veel. In afgemeten doses is nostalgie voor mij een inspiratiebron, zeker nu de 40 is gepasseerd. Vroeger was alles zeker niet beter maar je vroeger maakt je wel tot wie je nu bent. Goedschiks en kwaadschiks.

Reünie 1
Mijn 5 oud-huisgenoten van de A'damsestraatweg kwamen de vinex bezoeken. We zien elkaar 1 keer per jaar, met wat geluk, en eten dan om de beurt bij iemand. Meestal in een nieuw huis, want om de 6 jaar is er wel weer eens iemand verhuisd. Na alle jaren doen we nog steeds in studentenstijl iedereen-brengt-wat-te-eten-mee. Going Dutch, zeg maar. Tussen de hapjes en wijn (nooit meer bier, dat is wel veranderd) maken we om de beurt de balans op van het afgelopen jaar. Sommigen hebben steevast Grote Verhalen met Verrassende Wendingen, bij anderen kabbelt het leven met werk en liefde, of zonder werk en liefde, rustig verder. Huisgenoten-zijn is een rare relatie. Met andere oud-huisgenoten deel je lief en leed zolang je onder een dak woont, om na verhuizing elkaar in de stad tegen te komen en helemaal uitgeluld te zijn. Met de club van de Straatweg blijven we elkaar wat te vertellen te hebben.

Reünie 2
Een paar weken later was het reünie van mijn oude middelbare school, het OLV in Breda. De school bestaat 90 jaar en net als 5 jaar geleden werd er aan dat lustrum een dikke feestweek gewijd. Met de reünie als slotstuk op zaterdag. Kijken wie er dikker en kaler is geworden. Het gekke is dat je als 42-jarige man over de drempel stapt om te veranderen in je 17-jarige vroegere zelf. Althans, het beeld van je vroegere zelf. En je ziet voor je ogen ook je klasgenoten veranderen, jonger worden. Ik had van tevoren al contact gehad met een aantal mensen, vrienden die ik na de middelbare school ben blijven zien. En ook na de buluitreikingen, banen, trouwerijen, kinderen is het contact met horten en stoten en overvolle agenda's gebleven.
Toch ook en vooral staan praten met mensen die ik al in geen jaren (16 jaar? Niets veranderd.) had gezien. Als een school 90 jaar oud is zijn er een hoop oudleerlingen. Met de nadruk op oud. Wij, van de lichting 1989/1990, bleken dus al ouwe hap te zijn. Wat mij opviel dat de sfeer in de oude gymzaal "Brabants" was. Ik kan het als inmiddels Utrechter niet anders omschrijven: druk, gezellig, oorverdovend. Slechts een paar van mijn klasgenoten wonen nog in Breda, maar iedereen haakte gewoon aan.
Overigens kent het OLV een lange traditie van nestwarmte. Veel oudleerlingen worden zelf docent (40-jarig jubileum waar vind je dat nog?), of hun kinderen gaan naar dezelfde school om met een beetje geluk les te krijgen van dezelfde leraren.
Na de gymzaal gingen we eten met een clubje van 10 man/vrouw. Op de Grote Markt. Was erg tof. Iemand zei: "Zeg, 5 jaar geleden zaten we hier toch ook?" Iemand anders: "Ja, toen zaten we ook aan deze tafel." Nogmaals, ik doe het goed op nostalgie.

Reünie 3
Afgelopen zaterdag in U. gaan eten met een paar jaargenoten van Muziekwetenschap. Dat was wat spannender want ondanks sporadisch contact met enkelen was dit een groot hoe-gaat-het-nu-met-jou-eigenlijk? Een eigen vertaalbureau/zangeres, een programmachef bij Talpa/zanger, een muziekschooldirecteur/arrangeur, een personeelsbeleid met leasebak/gitarist (en eindelijk rijbewijs!) en ik dan als docent/rockgod. Ondanks het onvermijdelijke plenaire bijpraten pakten we de draad gewoon op alsof we gisteren nog college hadden gehad. Ik was de enige die in U. was blijven plakken, anderen liepen naar het restaurant alsof ze Utrecht voor het eerst zagen.
Overigens kwam deze reünie geheel via Feesboek tot stand, het bewijs dat dat sociale medium volstrekt niet meet hip, hot en happening is. Hopelijk de start van een jaarlijkse traditie. Had ik al gezegd dat ik het goed doe op nostalgie?

woensdag 23 januari 2013

Pindaconcert

Het schrijven en opnemen van de liedjes voor "Made", waar een groot deel van dit blog afgelopen jaar over ging, was natuurlijk maar een kant van het verhaal. Je wilt de liedjes ook onder de mensen brengen, oftewel live spelen. Nu mijn begeleidingsband De Vaste Lasten in verregaande staat van ontbinding verkeert (wat niet betekent dat ik ze weer tot zombie-leven kan wekken) is het vooral akoestisch en solo wat er gespeeld wordt. Dat heeft vele voordelen: minder kosten, sneller, minder gedoe qua logistiek. Het allergrootste nadeel is evenwel dat al die verfijnde arrangementen die je zo subtiel in de studio hebt uitgedokterd alleen maar in je hoofd klinken. Het publiek, die de liedjes (nog) niet kennen, hebben daar geen boodschap aan.


Het Pindaconcert is al sedert 1994 een "salon" in het woonhuis/werfkelder van creatieve duizendpoot Kees Wennekendonk in Utrecht. Wanneer je in het woordenboek onder "creatieve duizendpoot" zoekt, zie je een foto van Kees. Met mijn verhuizing naar de woestenij in het Westen waren we elkaar, op wat getwitter na, uit het zicht verloren. Vorige week kwam ik hem tegen op de Gracht. In het voorbij gaan: volgende week pindaconcert, kom je ook? En dan is het fijn dat je geen band mee hoeft te sjouwen, snel, flexibel, wendbaar. Tuurlijk kom ik.

Theo de Jong, Peter Tiehuis en Bart Fermie zijn 3HandsClapping
Zoals altijd was het een inspirerend programma. Er was poëzie van Roel Weerheijm en Marein Baas, liedjes van Marieke Winkler, De Opfrisdames deden hun ding, filosoof Victor Gijsbers vertelde ons waarom Copernicus een coole dude was en 3HandsClapping knalde het pindaconcert uit.

Sommige performers zijn overdreven kritisch op zich zelf: het is nooit goed genoeg. Ik ben meestal immuun voor dat soort muzikale hypochondrie. Toch heb ik niet lekker gespeeld bij Kees. Huiskamerconcerten zijn sowieso ingewikkeld omdat je het publiek recht in de ogen staat te kijken tijdens het spelen. De ruimte is vaak ook kleiner dus de akoestiek is heel direct. Elke aarzeling, elk woord komt luid en duidelijk aan. Ik bleek nog geen routine te hebben met de nieuwe liedjes. Het gekke is dat ik oudere liedjes die ooit op de setlijst stonden redelijk makkelijk kan spelen, zonder al te veel repetitie. En nieuwe liedjes kan ik repeteren wat ik wil, maar als ik ze niet een paar keer voor een publiek heb gespeeld, blijven ze "afstandelijk" aanvoelen.

Dus, wat wisten we eigenlijk al en wat weten we nu weer? Ga toch spelen met die liedjes.