zondag 24 juni 2012

Made #15

Altijd maar die Strat!
Vijftien sessies? Het leken er minder. In een krap jaar hebben we toch maar iets moois gemaakt. Afgelopen vrijdag werd ik aangenaam verrast door wat we gemaakt hadden: liedjes met een kop en staart en een verhaal dat verteld wordt. We hebben al doende het geluid gevonden dat bij de liedjes past, en liedjes gevonden die bij het geluid in ons gezamenlijk hoofd past.
Het leuke (en soms frustrerende) van de hele onderneming was en is dat we allebei gedwongen werden de normale werkwijze te verlaten en buiten onze comfortzone te werken. Ik met mijn vage prietpraat en Tal met zijn doelgerichte aanpak waren wonder boven wonder een dynamisch duo. Er is geen bloed gevloeid. De vriendschapsbanden zijn weer aangehaald en ergens denk ik dat dat tussen de liedjes door op de cd te horen zal zijn.
albumhoes "Made"
Tal verraste me (zoals zo vaak) met een zwaar briljante Beach Boys vamp aan "Slechte Vriend", echt de kers op de slagroom van de taart. Daar moet ie iets mee doen, met dat talent. Er kwamen een paar problemen tevoorschijn (Tal, ik ben nog steeds op zoek naar een goeie bekkenclashboem voor LHLA), er werden mouwen aangepast in de sfeer van de opnames: "Niet teveel pielen".
Ik was alleen zo ongelooflijk moe die vrijdagavond. Daardoor was ik waarschijnlijk niet op m'n meest gefocust en klonken de liedjes als nieuw.  Ik moet nu nog de laatste mixronde op de koptelefoon luisteren en een ceedeetje in de auto morgen beluisteren. Een ritje van een kwartier zien te rekken tot een half uur. In de woonkamer klonk het album al veelbelovend.
Studiobaas moet bijkomen
We moeten nog bakkeleien over een Tony Banks synthsolo, ik moet nog mijn intro voor het album doorsturen, en de laatste 13.536 mixdingetjes moeten worden gefixt. En dus die woooosh naar het chorus.

Het is een mooi avontuur en ik ben blij dat ik in Made verzeild ben geraakt met een paar liedjes en een vaag idee. En als het ook nog een tof album oplevert, kan het niet anders dan een klassieke win-win situatie gaat worden. Afijn, laatste loodjes, daar was toch iets mee?


donderdag 21 juni 2012

Mijn Gear Als Liedjesschrijver #2

Pennen. Potloden. Stiften.
Niet alleen het boek waarin je schrijft doet er toe maar ook waarmee je schrijft. Schrijvers als Harry Mulisch hadden een indrukwekkende collectie vulpennen, de een nog exclusiever dan de andere. Ik heb ik mijn schrijvende leven elke balpen, geurstift en kleurpotlood gebruikt die op dat moment voorhanden was. Soms met dramatische gevolgen, zoals die ene keer dat de inkt in de zon vervaagde en leek op te lossen.

Met de hand schrijven dreigt een lost art te worden als ik zo om mij heen kijk. De typemachine was er eerst. Ik heb nog in 1990 een elektronisch schrijfmasjien gekocht met automatisch correctielint. Twee werkstukken op gemaakt om er daarna achter te komen dat WP5.1 de bom was. Met een typemachine moet je nog een beetje nadenken voordat je iets opschrijft. Met een computer kun je helemaal leeglopen en later editten. Vergelijk het met het verschil tussen analoog en digitaal opnemen. Analoog dwingt tot nadenken vooraf. Beide systemen hebben voordelen en ook nadelen.

Toch ben ik altijd liedteksten met de hand in een boekie blijven schrijven. Dat zal de dichter in mij wel zijn. Een tijd had ik een sjieke vulpen, maar die raakte ik natuurlijk kwijt op een vakantie. Veel gratis promotiebalpennen versleten, maar het verlangen naar goed schrijfgerei bleef achter in mijn hoofd.

Sinds een half jaar met stip op 1: De Staedtler Pigment Liner. Ligt lekker in de hand, mooie zwarte inkt, meerdere diktes (in kleine boekjes met 0,3mm en in grotere boekjes 0,5 mm, soms 0,7mm als ik in een royale bui ben). Warme aanbevolen.