woensdag 6 juli 2011

De Kaal Sessies #4

Er zijn, zeg maar, twee manieren om muziek op te nemen. De eerste manier bestaat uit het liedje schrijven, arrangeren, repeteren, demo'en en dan de studio met je bandje op het in zo weinig mogelijk takes op de band te knallen. Het liedje is dan al af en uitgedacht voordat er 1 noot op band terecht komt.
De tweede manier is met een idee de studio in en al opnemend keuzes maken. Het schrijven en het opnemen gaan hand in hand, je gaat eigenlijk voorbij aan de fase van de demo. Door de digitale revolutie kan elke muzikant met een beetje goeie oren en doorzettingsvermogen zijn eigen muziek opnemen zonder de deur uit te hoeven.
Ik ben vooral geïnteresseerd in het creatieve proces van de tweede methode. Het zoeken, het onverwacht vinden, het openstaan voor de zijpaden van een liedje. Het lijkt een verkapte manier van luiheid. "Je moet eerst maar eens je liedjes afschrijven." Maar eigenlijk is de zoekmethode veel arbeidsintensiever, omdat de opties in de studio veel groter zijn dan alleen maar met je gitaar en je schrijfblok.
Wanneer je in je eentje werkt is de 2e manier prettig. Je pakt eens een basgitaar, zingt eens wat, doet eens wat drums, een gitaartje of synthesizer. Je kijkt wat blijft plakken en wat je verder brengt. Je doet 3 takes en anders is er morgen wel.

[Overigens, die enorme keuzevrijheid kan ook verlammend werken. Beperking is een groot goed, blijkt ook in de studio.]

We zijn de Kaal Sessies ingegaan als terugkeer naar de old school methode. Liedjes af, idee├źn uitgewerkt en een paar takes om alles op de digitale band te knallen. Natuurlijk waren de liedjes niet af, want ik heb mezelf de afgelopen jaren aangeleerd in de studio te schrijven, te pielen, te kutten totdat er iets zinnigs ontstaat.
Antal, als strenge producer, probeerde de vaagheid in te dammen met het old school plan in het achterhoofd. We zijn allebei gewend geraakt aan het alleen werken en ineens werd communicatie (help!) belangrijk.
Afgelopen maandag viel alles samen. Ik had een liedje dat nog niet af was, we hadden al een doodlopende weg verkend. De 2e versie, zonder verwachtingen, leverde een goede basis op vanwaar we verder kunnen. Het was percussie-avond en Tal deed een paar van zijn signature-koortjes. Met andere woorden: door het loslaten kwamen we vooruit.

Het was een fijne avond MET resultaat. Wat wil je nog meer?

vrijdag 1 juli 2011

To gear or not to gear

Het voordeel van ouder worden is dat je gear, je spullen, langzaam maar zeker vintage worden. Zo zijn mijn Jazzbas, Strat en Rhodes alledrie meer dan 20 jaar oud. Mijn Martin-gitaar is ook al 12 jaar oud. Vanwege irritante details als hypotheek, kinderen en eten is mijn portemonnee nooit zo dik als mijn gearlust groot is. Want laten we wel wezen: wie wil nu geen Neve-mengtafel, UAD2 PCIe-kaart, Princeton versterker, Fairchild compressor, Chapman Stick en zo verder en zo verder. De lijst gaat maar door. De opmerking: 'dat heb je toch niet allemaal nodig?' is wel waar maar daar gaat het helemaal niet om. Nut, noodzaak en realiteit leggen het af tegen de belofte van meer en meer en meer. Eindelijk de mooiste muziek ooit gemaakt dankzij die mooie dure spullen. Helaas groeit dankzij een baan in het onderwijs de geldboom niet tot in de hemel. Dus die specifieke Belker-sound (jeweettoch) komt voornamelijk voort uit ondoordachte beslissingen en crappy budgetspullen. Vandaar dus het 'lofi' gehalte van mijn muziek.
Met die gedachte struin ik regelmatig Marktplaats.nl en Thomann.de af. Op zoek naar het koopje dat de gearslut in mij weer even het zwijgen oplegt. Omdat mijn producer wil gaan experimenteren met een dynamische microfoon. Het liefst wil ik dus een EV RE20, zo een waar Thom Yorke in zingt tijdens de Scotch Mist tapes (waahaanzinnig webcamconcert in een hutje op de hei) en dan wordt het toch een Superlux WH5 (zie bovenaan). Ook mooi. Made in China en dat op de dag dat de communistische partij 90 jaar wordt.
Radiohead zei u? Deze dus: