maandag 14 maart 2011

Willem Elsschot


Dankzij mijn bol.com-bonnen, ben ik lekker aan het lezen in de smeuïge biografie van Willem Elsschot, geschreven door Vic van der Reijt (die bijdewee ook op het OLV heeft gezeten). Elsschot bleek in het echte leven, waarin hij Alphons de Ridder heette, al net zo'n loopje met de waarheid te nemen als een aantal van zijn personages. De oplichterij rondom de advertenties van Het Wereldtijdschrift zijn grotendeels gestoeld het echte leven. Zijn echte leven welteverstaan. Alphons was zakenman/semi-oplichter. Hij verkocht verhalen, net als de schrijver Elsschot.

Het voornemen is om na de biografie weer eens door zijn oeuvre heen te knallen. Wordt Elsschot überhaupt nog wel gelezen? Ik zal het eens aan mijn studenten vragen maar ik vrees het antwoord.

De man schreef ook gedichten:

Het Huwelijk

Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd
in d'ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam doven,
haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven
toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.

Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij de baard
en mat haar met de blik, maar kon niet meer begeren,
hij zag de grootse zonde in duivelsplicht verkeren
en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.

Maar sterven deed zij niet, al zoog zijn helse mond
het merg uit haar gebeente, dat haar toch bleef dragen.
Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen,
en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.

Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand.
Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen
en rennen door het vuur en door het water plassen
tot bij een ander lief in enig ander land.

Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad
staan wetten in de weg en praktische bezwaren,
en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren,
en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.

Zo gingen jaren heen. De kindren werden groot
en zagen dat de man die zij hun vader heetten,
bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten,
een godvergeten en vervaarlijke aanblik bood.

Bij Het Doodsbed Van Een Kind

De aarde is niet uit haar baan gedreven
toen uw hartje stil bleef staan,
de sterren zijn niet uitgegaan
en ‘t huis is overeind gebleven.

Maar al ‘t geklaag en dof gesnik,
zelfs onder ‘t troostend koffiedrinken,
het kon uw stem niet op doen klinken,
noch licht ontsteken in uw blik.

Gij zult wel nimmermeer ontwaken,
want gij bleef roerloos toen de trap
zo kraakte bij de stille stap
des mans, die kwam om toe te maken.

Ziet, lieve mensen, ‘t is volbracht,
Wat gaan wij doen? Wij konden bidden,
dan blijf ik nog wat in uw midden,
gij krijgt toch wel geen slaap vannacht.

En heeft een uwer een ervaren
en hooggeleerd en vruchtbaar brein:
hij zegge mij of ‘t waar kan zijn
dat haar de wormen zullen sparen.

2 opmerkingen:

  1. ik heb het "verzameld werk" van elsschot in de kast staan, tussen "oorlog en vrede" en "geheime kamers" van jeroen brouwers (op aanbeveling van de mens: 'jeroen brouwers schrijft een boek, en hij weet hoe dat moet.jeroen brouwers schrijft een boek; hij doet dat goed'). ongelezen. alle drie. voor later.

    ik vond het verhaal over "kaas" wel mooi; 2 weken vrijaf van z'n niet bijster volle werktaken, en het boek was af. ik doe langer over een liedje met 3 coupletten.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. en je weet hoe pover mijn liedteksten zijn...

    BeantwoordenVerwijderen